KANGXI ZIDIAN PDF

Periode van het regentschap[ bewerken brontekst bewerken ] Na het overlijden van Shunzhi was er sprake van een regentschap van vier mensen; Soni, Suksaha, Ebilun en Oboi. Tijdens de regeerperiode van Shunzhi waren in toenemende mate Han-Chinezen op hoge posten benoemd. Binnen de elite van de Mantsjoes werd met name over het laatste punt heel verschillend geoordeeld. Er waren facties die een acceptatie van Chinese wijzen van besturen radicaal afwezen. Johann Adam Schall von Bell De eerste maatregel die de regenten namen was het afschaffen van de dertien yamen , instituten die verantwoordelijk waren voor de organisatie van de keizerlijke huishouding en waarin Shunzhi vooral Chinese eunuchs had geplaatst.

Author:Dukus Mazulrajas
Country:Lebanon
Language:English (Spanish)
Genre:Health and Food
Published (Last):18 May 2018
Pages:69
PDF File Size:6.90 Mb
ePub File Size:3.54 Mb
ISBN:842-9-88177-514-3
Downloads:19846
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Mezigor



Periode van het regentschap[ bewerken brontekst bewerken ] Na het overlijden van Shunzhi was er sprake van een regentschap van vier mensen; Soni, Suksaha, Ebilun en Oboi.

Tijdens de regeerperiode van Shunzhi waren in toenemende mate Han-Chinezen op hoge posten benoemd. Binnen de elite van de Mantsjoes werd met name over het laatste punt heel verschillend geoordeeld. Er waren facties die een acceptatie van Chinese wijzen van besturen radicaal afwezen. Johann Adam Schall von Bell De eerste maatregel die de regenten namen was het afschaffen van de dertien yamen , instituten die verantwoordelijk waren voor de organisatie van de keizerlijke huishouding en waarin Shunzhi vooral Chinese eunuchs had geplaatst.

Die yamen waren georganiseerd op het model van de Ming-dynastie en een doorn in het oog van veel Mantsjoes vanwege het feit dat de eunuchs tijdens de Ming-periode aanzienlijke politieke macht hadden verkregen met soms catastrofale gevolgen. Ze werden vervangen door een Departement voor de Keizerlijke Huishouding dat vooral uit horigen vanuit het vendelsysteem van de Mantsjoes bestond. In werd door een factie binnen het Bureau een beschuldiging tegen Schall ingebracht dat hij opzettelijk een ongunstige datum en plaats zou hebben gekozen voor de begrafenis van prins Rong, een zoon van de favoriete gemalin van Shunzhi.

Na een onderzoek van zeven maanden werden Schall en zeven anderen van het Bureau, waaronder vier Chinese christenen veroordeeld tot de doodstraf. In mei kon Schall de gevangenis verlaten. Hij overleed een jaar later mede als gevolg van de omstandigheden van die gevangenschap. Kerken in de provincies werden gesloten en de verdere verbreiding van het christendom verboden. Het beleid van Shunzhi om de autonomie van de afzonderlijke vendels binnen het vendelsysteem te beperken werd door de regenten wel voortgezet.

Zowel het zuiden als noorden van Mantsjoerije werden afzonderlijke provincies onder militaire gouverneurs. De regenten traden echter niet of nauwelijks op tegen de steeds verdergaande autonomie in drie gebieden in het zuiden die gecontroleerd werden door legeraanvoerders die in de laatste fase van de Ming-dynastie overgelopen waren naar de Mantsjoes, voor hen een groot deel van de rest van China hadden veroverd en als beloning een aantal leengoederen hadden ontvangen.

Dit zou onder het persoonlijk bewind van Kangxi leiden tot de opstand van de Drie Leengoederen. De gezondheid van Sonin begon te verslechteren en Oboi begon de dominante factor van de vier regenten te worden. In trachtte de al ernstig zieke Sonin die dominantie te keren door de toen jarige Kangxi te verzoeken zijn persoonlijk bewind aan te vangen.

De drie resterende regenten kregen formeel een rol als adviseur, maar Oboi bleef de bepalende factor in de uitoefening van de macht. Hij dwong Kangxi om Suksaha en zijn familie te laten executeren en had de controle over Ebilun. In greep Kangxi zelf de macht en liet Oboi arresteren. Het oorspronkelijke vonnis was de doodstraf maar werd omgezet in een gevangenisstraf. Oboi overleed na enkele maanden in die gevangenis. De opstand van de Drie Leengoederen en de verovering van Taiwan[ bewerken brontekst bewerken ] Het gebied van de opstandige provincies Shang Kexi, een van de drie opstandige gouverneurs, getekend door Joan Nieuhof in Vanaf trachtte Kangxi de macht van de drie gouverneurs in de zuidelijke provincies te beperken.

Een belangrijke reden waren de enorme subsidies aan de in die provincies aanwezige legers terwijl Kangxi niet zeker was van hun loyaliteit. In boden de drie gouverneurs hun ontslag aan en verklaarden verder te willen leven in Mantsjoerije.

Dat ontslag werd geaccepteerd onder de voorwaarde dat hun zoons hen niet zouden opvolgen. Het militair bestuur onder een gouverneur in Guandong werd opgeheven en Kangxi beval de gouverneur zijn legers in Guandong te ontmantelen. De belangrijkste van de drie gouverneurs, Wu Sangui , vatte dit op als een oorlogsverklaring aan de zuidelijke provincies.

In december riep hij de onafhankelijkheid uit van Yunnan en voerde een aantal offensieven uit in Guizhou en Hunan.

Tegelijkertijd kwamen ook Shang Zhixin en Geng Jinzhong in hun provincies in opstand. Geng Jinzhong verklaarde zich in onafhankelijk en voerde offensieven richting het noorden uit tot in Zhejiang.

Shang Zhixin verklaarde zich ook onafhankelijk, consolideerde zijn machtsbasis in Lanton en viel met zijn legers Jiangxi in. Wu Sangui proclameerde de nieuwe Zhou-dynastie met zichzelf als keizer. De opstand viel samen met de strijd van de Qing om het bezit van Taiwan. Koxinga overleed in hetzelfde jaar van de verovering en werd opgevolgd door zijn zoon Zheng Jing.

Deze leverde goederen aan de opstandelingen op het vasteland en voerde zelf in een invasie uit in Fujian waar hij een aantal steden aan de kust bezette. Die werden in door de Mantsjoes veroverd.

In voerde Zheng Jing een tweede invasie van Fujian uit en bezette met een troepenmacht van In werd hij gedwongen die weer te ontruimen. Zheng Jing overleed in waarna zijn zoon Zheng Keshuang zich overgaf aan de Mantsjoes.

Taiwan werd daarmee een deel van het rijk van de Qing-dynastie. De revolte van de drie opstandige gebieden was in voorbij. In had Wu Sangui met de inval in Hunan het initiatief genomen en de mogelijkheid gehad om verder met zijn troepen op te rukken. Die mogelijkheid had hij onbenut gelaten. Er werd door de drie gouverneurs van de opstandige provincies ook niet of nauwelijks effectief samengewerkt. Geng Jinzhong en Shang Zhixin gaven zich in en over.

Een derde reden was het overlijden van Wu Sangui in , de motor achter de opstand. Hij werd als keizer van de Zhou-dynastie opgevolgd door een kleinzoon, Wu Shifan, die achtervolgd door troepen van de Mantsjoes in Kunming in zelfmoord pleegde.

Hiermee was de opstand geheel voorbij. In vaardigde Kangxi een nieuw edict uit waarin hij het verbod op scheepvaart uit en met het buitenland ophief en opriep tot handel.

Deze was nu niet meer afhankelijk van smokkel naar en uit China. In proclameerde Kangxi de opening van een groot aantal havens voor deze intra-Aziatische handel en opende daar douanekantoren om belasting te heffen.

Vier van die havens werden geopend voor Europese handelaren. In trok Vasili Pojarkov zuidwaarts vanaf Jakoetsk en bereikte de Amoer. Hij meldde vruchtbare valleien, brede rivieren en een overvloed aan sabelmarters en vis. Dit was dan ook de motivatie voor het stichten van het fort Albazin door Erdei Pavlovich Khabarov in Khabarov bracht ook een aantal stammen die tribuutplichtig aan de Mantsjoes waren een nederlaag toe.

Dit bracht de Russen onvermijdelijk in contact en in conflict met de Qingdynastie. Rond was bij zowel de Russen als de Mantsjoes het besef doorgedrongen dat beide partijen gebaat waren bij duidelijke en veilige grenzen.

Kangxi realiseerde zich dat veiligheid verkregen kon worden door het bieden van handelsmogelijkheden aan het Russische rijk en de Russen realiseerden zich dat dit alleen mogelijk was als ze de macht van de Qing-dynastie erkenden. Na het bedwingen van de opstand van de Drie Leengoederen had Kangxi in een aantal brieven aan de Russen gestuurd met het aanbod om te onderhandelen onder de voorwaarde dat het fort bij Albazin door hen ontmanteld zou worden.

De brieven arriveerden pas eind in Moskou en tegen die tijd hadden troepen van de Mantsjoes het fort al vernietigd. Als gevolg van die krijgshandelingen vestigden zich in deze periode een aantal Russische gevangenen en deserteurs in Peking. Door zowel Chinezen als Mantsjoes werden deze Russen Albaziners genoemd. Hun aanwezigheid zou enige decennia later de formele reden zijn voor de stichting van de Russisch-orthodoxe missie in China.

Galdan[ bewerken brontekst bewerken ] Een tweede element werd gevormd door Galdan , de leider van de Dzjoengaren. Het kanaat van Dzjoengarije was een rijk land. Het kanaat beheerste een groot deel van de oude handelsroutes en die positie werd nog sterker toen Galdan in een groot deel van het islamitische Tarimbekken veroverde. Galdan gebruikte de rijkdom van het kanaat voor het stichten van steden als Hovd en Ulaagom, grote irrigatieprojecten en uiteraard een wapenindustrie.

Ook zijn ambities leidden onvermijdelijk tot een conflict met de Qing-dynastie. Voor Kangxi was de belangrijkste strategische overweging het voorkomen van een alliantie tussen Galdan en de Russen. Verdrag van Nertsjinsk[ bewerken brontekst bewerken ] De Russen en Mantsjoes kwamen overeen om te onderhandelen in Russische fort Selenginsk.

Het grootste deel van het Khalkha-volk trok onder leiding van Zanabazar , de eerste Jebtsundamba , de Gobiwoestijn over en stelde zich onder bescherming van Kangxi. Dat gaf vertraging in het starten van de onderhandelingen en uiteindelijk werd overeengekomen dat deze zouden plaatsvinden verder naar het oosten bij Nertsjinsk. De Russische positie was aanzienlijk zwakker dan de Chinese.

De Russen gaven dan ook toe aan de meeste eisen van de Mantsjoes. De grens zou getrokken worden ten noorden van de Amoer. De Russen behielden controle over de gebieden ten noorden van de Argun. De Mantsjoes zagen af van claims op gebieden die zij tot dan toe nooit hadden beheerst, maar door handelsmogelijkheden te bieden aan de Russen verzekerden ze zich er van dat de Russen geen coalitie met Galdan zouden sluiten. De Mongoolse stammen aan beide zijden van de grens zouden voortaan ook niet meer van belastingplicht en protectie kunnen wisselen door hun oorspronkelijke grondgebied te verlaten.

Galdan werd gelijk geconfronteerd met de consequenties van het verdrag. In begin verzocht hij de Russen om militaire bijstand bij een volgende aanval op het Khalka gebied die resoluut geweigerd werd. In essentie waren de Russen niet zozeer uit op gebiedsuitbreiding, maar vooral op handelsmogelijkheden op de Chinese markt. De Qing wilden vooral veiligheid aan de grenzen en vooral het verzekeren van Russische neutraliteit bij de komende onvermijdelijke militaire confrontatie met het kanaat van de Dzjoengaren onder Galdan.

Veldtochten tegen Galdan[ bewerken brontekst bewerken ] Vanaf vonden een aantal veldtochten tegen Galdan plaats. De Chinese legers hadden — gezien de afstand — grote logistieke problemen en Galdan wist een beslissende veldslag te voorkomen. In was de de situatie voor Galdan echter uitzichtloos.

Tijdens de laatste militaire campagne van april overleed Galdan onder mysterieuze omstandigheden. Het was zijn neef en opvolger Tsewang Rabtan , die de resten van het stoffelijk overschot aan Kangxi uitleverde.

In werden tijdens een grote plechtigheid in Peking de beenderen van het lichaam van Galdan verpletterd en daarna verstrooid. De kracht van het kanaat van de Dzjoengaren was echter niet gebroken. Tot midden achttiende eeuw zouden zij door de Mantsjoes als de grootste bedreiging van de veiligheid van het rijk gezien worden. Interventies in Tibet[ bewerken brontekst bewerken ] Na een decennialange burgeroorlog was de gelugtraditie van het Tibetaans boeddhisme dankzij een militaire interventie van Gushri Khan , leider van de Khoshut-Mongolen , in de dominante machtsfactor in Tibet geworden.

De vijfde dalai lama , Ngawang Lobsang Gyatso , werd als gevolg hiervan de belangrijkste en meest invloedrijke geestelijke in het land en de eerste dalai lama die ook wereldlijke macht verkreeg. In had deze op uitnodiging van Shunzhi een bezoek aan Peking gebracht. Er werd van uitgegaan dat de dalai lama een pacificerende werking en invloed op de Mongoolse stammen zou hebben die inmiddels alle overgegaan waren tot het Tibetaans boeddhisme.

Dit uitgangspunt werd aanvankelijk ook door Kangxi overgenomen. Vanaf ongeveer was er sprake van een vorm van een alliantie tussen Galdan, leider van de Dzjoengaren, en de dalai lama.

DRYPIX 7000 PDF

Dizionario di Kangxi

Figure 1. It makes use of the radicals system established in the Zhengzitong. Each character is attributed to a radical. The radicals are arranged according to the number of brush strokes. Below the radical levels characters are arranged according to the residual stroke number left after subtracting the radical.

CHAUPAI SAHIB IN PUNJABI PDF

Kangxi-Wörterbuch

Load Previous Page Administration of the empire The Kangxi emperor was an accomplished military leader who was endowed with exceptional physical strength and with skill in archery; he poured his inexhaustible energy into his daily administrative duties. Under the traditional imperial system of China , nothing in the empire was too small to come under the personal scrutiny of the emperor. Kangxi read all the reports and memorandums presented to him, meticulously correcting even the smallest scribal errors, and he often boasted that he routinely took care of all the documents, even in wartime, when — arrived daily. Long neglected, the river repeatedly flooded the land near where it joined the Huai River , causing great damage to northern Jiangsu. In Kangxi appointed Jin Fu superintendent of riparian works; in Jin finished embanking and dredging to stabilize the flow of the river. At the same time, the Grand Canal , the important arterial waterway that connected the Huang He with the lower Yangtze River Chang Jiang , was repaired to allow the smooth flow of large quantities of rice needed in the north from the rich granaries of the south. To inspect the results of the works and to acquaint himself with cultural and economic leaders of the wealthy south, Kangxi traveled to the lower reaches of the Yangtze six times between and , financing each journey with his own private funds.

Related Articles